KIDRON

Kidron biedt psychosociale hulp, onderwijs, advies en coaching vanuit Bijbels perspectief, waarin de Liefde van God centraal staat.

Onzichtbaar

Onzichtbaar…….

Die avond waren we uitgenodigd om te komen spreken voor een groep mensen die we niet kenden.
Na een aantal uren rijden kwamen we uiteindelijk aan. Het was donker. Uit het gebouw waar we moesten
zijn kwam het licht naar buiten. We zagen er naar uit. Een nieuwe avond en altijd weer anders dan anders.
Een avond om nieuwe mensen te ontmoeten. Het is onze passie geworden om anderen te mogen vertellen
wat we geleerd hadden en delen vanuit de kennis en de ervaringen die we hebben opgedaan.
Een avond van ontmoeting.

Lopende naar de toegangsdeur van het pand werd ik voorbijgelopen door een jongeman. In een split second
dacht ik dat hij de deur voor mij zou gaan opendoen. Ik was bepakt met een boodschappenkrat met
materialen die ik voor me hield. Mijn werktas hing over mijn rechterschouder en me’n laptop over de linker
schouder. Fijn als er net iemand aankomt die de deur voor je openhoud.

Bij de deur aangekomen wilde ik de jongeman begroeten en tegelijk al bedanken dat hij de deur voor mij
openhield. Maar ineens kreeg ik zomaar de gedachte, waarom weet ik niet, dat het wel eens anders kon
gaan. De jonge man opende de deur, stapte naar binnen en liet de deur met een klap achter zich dicht
vallen. Even was ik heel verbouwereerd. Ik was te perplext om bewust te zijn wat er gebeurde. Ik ben van
nature een heel vriendelijk iemand met goede aangeleerde manieren en omgangsvormen. Ik ben dan ook al
snel geneigd om mijn manieren en mijn omgangsvormen op een ander te plakken. Het is toch zo gewoon,
dat doe je toch gewoon? Even kwam de gedachte boven. ”Ik ben toch niet ineens onzichtbaar geworden.
Ik met mij hele bagage moet toch opvallen. Daar kun je toch niet ongezien aan voor bij gaan?”
Een lichte irritatie als onbegrip voelde ik opkomen. Hoe kan dat nou? Wie wil mij nou niet zien? Ik was toch
de gast van vanavond? Ik wilde contact hebben, goede avond zeggen, praatje maken over het weer en
aardige dingen zeggen zonder enige diepe betekenis. Blijkbaar had de jonge man daar geen behoefte aan.
Door het raam van de dichtgeslagen deur zag ik dat hij door de achterliggende ruimte beende en uit mijn
gezichtsveld verdween. Met gebruik van handen en voeten wist ik de deur te openen en mij met al mijn
bagage naar binnen te worstelen.

In de grote ontvangstruimte kwam de geur van koffie me tegemoet. Er waren meerdere mensen in de
ruimte. Ik keek rond naar niemand die mij misschien zou ontvangen. Mijn zoekende en vragende blikken
werden niet opgemerkt. Ik vroeg me af of dit misschien niet de mensen waren voor de bijeenkomst voor
deze avond, of dat zij er misschien voor iets anders waren. Nog steeds zoekend en aandacht vragend bleef
ik staan en keek rond. Een paar aanwezigen waren met elkaar in gesprek. Anderen staarden voor zich uit
en leken in zichzelf gekeerd. Geen idee op welke planeet ik was aangekomen. Ineens rook ik de geur van
koffie. Mijn blik werd getrokken naar een rij koffiekannen waarvan ik er maar vanuit uitging dat daar de
koffiearoma vandaan kwam. Alles van wat ineens zo onzichtbaar leek, daarvan wist ik zeker dat er in
ieder geval koffie zou zijn. Zichtbaar en geurbaar aanwezig.

Met mijn bagage wurmde ik mij door de deuren naar de ruimte waar ik dacht verwacht te worden.
Was er nou weer niemand die even de deur voor mij kon openhouden? De jongeman was in geen velden
of wegen te bekennen. Van de ‘ingesprekmensen’ en de ‘Inzichzelfgekeerden’ hoefde ik niet veel te
verwachten. Even kwam de vraag weer in mijn gedachten of ik dan misschien toch onzichtbaar was?
Ik zag mezelf, voelde de last op me’n schouder hoorde mijn gedachten, voelde mijn irritatie, had de
behoefte om iemand te spreken. Dus onzichtbaar was ik niet. Op het podium van de zaal waren een
jonge vrouw met microfoon en een jonge man met gitaar aan het muziek maken. Ik ging er vanuit dat
zij het aanbiddingsteam voor deze avond zouden zijn.
De gedachte niet gezien te worden werd verstoord door een jonge man die zich bekend maakte als de
gastheer voor deze avond. Onverwachts als uit het niets stond hij ineens voor me. Nee, dat was niet
die jonge man van de voordeur. Ik weet niet meer of ik welkom werd geheten. Wel kan ik me herinneren
dat hij meteen hele verhalen begon te vertellen over zijn zus. Door de plotselinge breedsprakigheid,
ondersteund met uitvoerige gebarentaal kreeg ik de indruk dat hij mijn volledige aandacht wenste.
Zijn nadrukkelijke aanwezigheid bracht me even van mijn stukt. Zijn aandacht was zo in contrast met
de ervaringen van de voorgaande drie minuten, dat het mijn denken even stil zette. Even wist ik niet
meer wat te doen. In mijn beleving klopte het niet hoe we elkaar doorgaans horen te begroeten en hoe
geacht wordt om contact te leggen. Om de voor mij gewenste etiquette weer te herstellen, onderbrak
ik zijn woordenstroom, en zei hem ‘Goedenavond!?’. Opnieuw raakte ik verbijsterd. Hij reageerde totaal
niet op mijn ontmoeting en ging verder met zijn verhaal. En nog steeds weet ik niet wat hij had willen
delen.

En ik?

Ik mocht geven, delen en uitdelen. De koffie was goed. Ik wist me die avond gehoord.
Maar niet gezien…. nee, die vergeet ik nooit.